
Toeractief Stories · Stadswandeling
Foto: Adobe Stock
Deventer is één van de oudste steden van Nederland. Al in de 8e eeuw was hier een handelsnederzetting, die zich spoedig ontwikkelde tot één van de weinige grote vroeg middeleeuwse steden. In de 10e eeuw begon de grote opleving van de handel voor Deventer en die zette door tot ver in de late middeleeuwen. Het Bergkwartier is ontstaan in de 12e eeuw. In dit oude handelshart hadden kooplieden hun onderkomen nabij de haven en de plek waar hun koopwaar werd verhandeld tijdens de grote jaarmarkten op stadsplein de Brink. Het Bergkwartier is nu een toeristische trekpleister, met een uniek middeleeuws stratenpatroon en prachtig opgeknapte monumenten. Jaarlijks herleven hier sferen uit het verleden tijdens het winterse Dickens Festijn. Welkom in warm, nostalgisch Deventer.
Bekijk het volledige routetracé op de kaart.
De inham tussen de huizen, achter het beeld van Albert Schweitzer, wordt de Penninckshoek genoemd. De gevel met de beelden is één van de topstukken van de renaissance in Deventer en in Nederland. Omstreeks 1588 gaf Herman Penninck opdracht voor de bouw van deze pronkgevel, die zijn rijkdom en geletterdheid moest weerspiegelen. Als Hanzekoopman, hij handelde vooral in laken, had hij zich een vooraanstaande en welvarende positie verworven. De beelden stellen de deugden voor: Geloof, Hoop, Liefde, Voorzichtigheid, Kracht en Gematigdheid. Het pand is het enige particuliere woonhuis in Nederland waarop een zgn. deugdenprogramma is toegepast. Aan het einde van de 19e eeuw verkeerde het gebouw in vervallen staat. Er is zelfs overwogen om het te slopen! De Doopsgezinde Gemeente heeft de voorgevel indertijd echter laten restaureren en daarachter een kerk laten bouwen. In het Penninckshuis is nu de VVV Deventer gevestigd en de kerkzaal is open voor bezichtiging. Het standbeeld van Albert Schweitzer uit 1975 is van de hand van Pieter de Monchy. Het beeld is hier geplaatst, omdat in de Penninckshoek enkele jaren het internationale Albert Schweitzercentrum was gevestigd, dat nu in Utrecht zetelt. Wandel stadsplein de Brink op. Rechts passeer je op nr. 84 de Deventer Koekwinkel.
In dit huis met een half verzonken uitbouwtje, een zogenaamd pothuisje, is sinds 1958 de Deventer Koekwinkel van Jb. Bussink gevestigd. Tot 1952 stond de koekfabriek van Bussink nog in het centrum. De fabriek is sindsdien gevestigd op het industrieterrein, maar nog steeds wordt er in Deventer koek gemaakt, naar eeuwenoud en geheim recept. De firma Bussink bestaat al ruim 425 jaar. De Deventer koek is echter nog ouder: al sinds het begin van de 15e eeuw geniet Deventer internationale faam vanwege zijn koek. Het interieur van het koekwinkeltje is authentiek en afkomstig uit een oude koekbakkerij aan de Lange Bisschopstraat. Loop nu verder het stadsplein op. In het midden van het plein zie je het vrijstaande waaggebouw.
Trots staat het waaggebouw op de Brink. Haar ontstaansgeschiedenis (1528) heeft te maken met de vele conflicten die Deventer had met zijn machtige buurman, de Hertog van Gelre. Deze had in 1521 aan de overzijde van de IJssel twee forten laten bouwen: Morgenster en Altena. Een van de forten werd spottend ‘Kiek-in-de-pot’ genoemd. De vijand kon als het ware in de etenspot van de Deventenaren kijken. Toen Keizer Karel V met zijn legers in deze streken arriveerde, vluchtten de Geldersen hals over kop. De Deventenaren maakten van deze gelegenheid gebruik om de gehate forten te slopen en de stenen te gebruiken voor de bouw van een nieuwe stadswaag. Er werden bovendien allerlei versieringen aangebracht ter herinnering aan de beide forten, o.a. het beeldje ‘Kiek-in-de-pot’, een spot op de Hertog van Gelre. In 1643 werd aan het laatgotische bouwwerk een bordes in renaissancestijl toegevoegd. In het gebouw zijn nu wisselende tentoonstellingen te zien van Museum De Waag. Kijkend naar de Waag loop je rechts om het pand. Het waaggebouw speelde een belangrijke rol in het handelsleven van de stad. De kooplieden moesten hier hun goederen laten wegen. De weeggelden leverden de stad veel inkomsten op. De bovenverdieping was in gebruik als hoofdwacht, strategisch gelegen op een plein waarop twaalf straten, twee stegen en twee poorten uitkwamen. Eerlijke handel was van groot belang. De reputatie van een betrouwbare handelsstad was essentieel. Voor een handelsovertreding, zoals valsmunterij, stond een zware straf. Valsmunters werden levend gekookt in een ketel en dat overkwam de muntmeester van Batenburg in 1434 in Deventer. Eeuwenlang hing de gebruikte ketel aan de zijgevel van De Waag ter afschrikking. Sinds 2023 vervangt een replica het origineel.
Naast de Waag vindt u een bronzen stadsmaquette. De complete bebouwing van de binnenstad is er op schaal terug te vinden. Blinden en slechtzienden krijgen door deze maquette 'tastbare' informatie over de stad. Ook staan er in braille aanvullende gegevens, onder meer over de geschiedenis van Deventer. Sla aan de achterzijde van de Waag, tussen de Waag en het pand de Drie Haringen linksaf. Je steekt vervolgens de straat over. Vanaf de overkant kun je het pand de Drie Haringen goed bekijken.
Het pand is één van de belangrijkste en fraaiste 16e -eeuwse huizen die in Nederland bewaard zijn gebleven. Het huis werd in 1575 gebouwd door Herbert Dapper, een rijke haringkoopman en reder. Het pand staat ook nu nog bekend onder de naam ‘Drie Haringen’. De bouwstijl noemt men Vlaamse hoogrenaissance. Je gaat nu de straat achter je, de Rijkmanstraat, in. Deze straat is niet vernoemd naar een ‘rijke man’ maar naar ene Rikmond, een rijke dame, die zo bekend was dat de straat al in de 14e eeuw naar haar genoemd was. In deze straat woonden in de 15e en 16e eeuw veel zogenaamde Bergenvaarders. Deze Hanzekooplieden bij uitstek haalden uit het Noorse Bergen stokvis, die in Deventer in grote hoeveelheden werd verhandeld. Deventer staat nu nog bekend als ‘Stokvissengat’. Aan het einde van de Rijkmanstraat lag de middeleeuwse Houtmarkt; veel houtbewerkers vestigden zich ook in de Rijkmanstraat.
Rijkmanstraat nr. 13 is een schitterend pakhuis, thans in gebruik als woonhuis, gebouwd in de zogenaamde Gelders-Overijsselse stijl. Kenmerkend voor deze stijl is het afwisselende spel van hol en bol (renaissance), versierd met pinakels (gotiek). Een ander kenmerk is ook de toepassing van een horizontale rij van zogenaamde muizentandjes, met als doel om het regenwater van de gevel af te houden. Deventer bezit nog 27 Gelders-Overijsselse gevels. In het hoge voorhuis was meestal een winkel of werkplaats gevestigd. Halverwege bracht men een insteek of hangkamer aan, veelal in gebruik als slaapkamer. Het woongedeelte bevond zich achter het voorhuis; de verdiepingen werden gebruikt als opslagruimte, evenals de diepe kelders. Soms ook werden deze verhuurd aan ‘arme luyden’. Je loopt een klein stukje terug en gaat dan, tussen nr. 8 en nr. 10, de Muntengang in. Aan het einde van de gang staat de Muntentoren.
Dit gebouw herinnert u weer aan Deventer als Hanzestad. In de 14e eeuw is het waarschijnlijk gebouwd als pakhuis. In 1560 heeft men in het hoge pakhuis een verdieping gebouwd en, zoals men in die tijd vaker deed, werd de trap niet in maar naast het huis aangebracht, in het fraaie torentje. In de 17e en begin 18e eeuw werd het de werkplaats van de muntmeesters. Deventer kende al heel vroeg een eigen munt. De oudste vermelding van een in Deventer geslagen munt dateert uit het begin van de 11e eeuw. Van de ruim 9.000 Nederlandse munten die in het Oostzeegebied zijn gevonden uit de periode 1040-1100 zijn er maar liefst 1639 afkomstig uit Deventer. Uit dit feit blijkt hoe actief de Deventenaren handel dreven in de vroege middeleeuwen. Wandel door de gang terug naar de Rijkmanstraat en sla rechtsaf. Je komt uit op een pleintje: het Bergschild.
Hier zie je verscheidene fraaie gevels, onder andere ‘De Golden Vijzel’, genoemd naar een apotheek die hier in de 17e eeuw was gevestigd, de ‘Lantscroene’, een van oorsprong 14e eeuws woonhuis waar in de 19e eeuw een nieuwe gevel voor is gebouwd en ‘t Swarte Peert’, een gevel met een fraaie grote klokgevel. Je gaat rechtdoor, de straat heet ook Bergschild.
Aan de rechterkant van de straat, nr. 14 en 16, staat een onopvallend huis, met de nok evenwijdig aan de straat, een zogenaamd ‘Dwershuys’. Het huis is gebouwd in 1343 door ene Berend van Lettele. In dat jaar pachtte hij een 14 meter lang en smal aan de oudste stadsmuur grenzend stuk grond, waar hij dit huis liet bouwen met een ‘subsidie’ voor 9000 dakpannen. In 1334 werd Deventer getroffen door een grote stadsbrand; 2/3e deel van de stad ging in vlammen op. Het stadsbestuur besloot daarop subsidie te verstrekken op dakpannen, om zo de brandgevaarlijke daken van stro te verminderen. Later werd ook subsidie op bakstenen verstrekt, om ook het bouwen van houten huizen terug te dringen. Je gaat linksaf tussen nr. 27 en 31 de trappen op. Boven gekomen, ga je rechtdoor, richting de Bergkerk en het Bergkerkplein. Je hebt hier links een fraai zicht op de middeleeuwse achtergevels, die vaak ouder zijn dan de voorgevels.
Het kleine huisje (Kerksteeg nr. 12) op de hoek van het Bergkerkplein en de Kerksteeg is het oudste vrij gaaf bewaarde bakstenen burgerhuis van Deventer. Het is in 1300 gebouwd, nog zonder subsidie. In de zijgevel zijn twee fraaie gotische spitsbogen te zien. Je staat nu voor de Bergkerk.
De Bergkerk is het belangrijkste bouwwerk van het Bergkwartier. De kerk werd als Romaanse kruisbasiliek in de jaren 1198-1209 gebouwd. De kerk is voor Nederland uniek in ligging en in opbouw en onderstreept de invloed van de Hanze-relaties tussen Deventer en zijn achterland. In 1206 kwam de bisschop van Riga over om de kerk te wijden aan St. Nicolaas, de schutspatroon van kooplieden en schippers. In de 15e eeuw werd de kerk verbouwd tot een laatgotische basiliek. De torens zijn bij deze verbouwing in baksteen verhoogd. De Bergkerk wordt tegenwoordig gebruikt voor concerten, als expositieruimte voor beeldende kunsten en is te bezoeken tijdens openingstijden. Je kunt dan ook het fraaie interieur van de kerk bezichtigen, met zeer bijzondere 13e -eeuwse schilderingen en een imposant kerkorgel. Je gaat nu de Kerksteeg in.
Het eerste huis aan de rechterkant heeft een afgeschuinde muur en een met pinakels versierde gevel uit 1393. De 14e-eeuwse huizen links van je, staan met hun daken evenwijdig aan de straat; deze bouwwijze is ongebruikelijk en ze vormen dan ook een bijzondere verschijning in de stad. De staat waarin de huizen verkeerden voor de restauratie was erg slecht, daarom is gekozen voor moderne invullingen in traditionele materialen. Op de hoek van de Kerksteeg met Bergschild zien we een stuk natuursteen met ingemetseld ijzerwerk in de muur. Het betrof een verdedigingsmaatregel, genomen in 1583 tijdens de 80-jarige oorlog. Vanuit de huizen konden de bewoners ’s nachts een dikke ketting door de gaten omhoogtrekken. Op die wijze kon men de straten afsluiten en konden eventuele vijandelijke soldaten te paard tegengehouden worden. Schuin tegenover deze hoek, in de Menstraat, bevindt zich het andere bevestigingspunt. Je gaat nu rechtsaf de Menstraat in. Deze straat werd in 1230 al zo genoemd, waarschijnlijk naar de functie van de straat: de (ge)mene of gemeenschappelijke straat, de belangrijkste toegangsweg tot de Brink. Aan deze straat staan ook veel 17e -eeuwse gevels waarachter vaak veel oudere huizen schuil gaan.
Menstraat nr. 22 was het refugium van de zusters van het klooster Ter Hunnepe (3,4 km ten oosten van Deventer); in oorlogstijd vluchtten de zusters naar dit huis. Na de reformatie mochten ze hier blijven mits ze het protestantse geloof aannamen (1591). Menstraat nr. 20 (Huis Zevenaar) is afkomstig uit Zevenaar en is steen voor steen overgebracht. Het is ook een Gelders-Overijsselse gevel. Om de gevel bij de omgeving aan te passen werd hij spiegelbeeldig herbouwd. Aan het einde van de Menstraat kom je op het stadsplein de Brink; je gaat hier rechtsaf.
De Brink, het oude handelshart van de stad en in de middeleeuwen al één van de grootste marktpleinen van de noordelijke Nederlanden, was in de 14e eeuw al bestraat. Het woord ‘Brink’ betekent ‘open vlakte in de bebouwde kom’, maar ook ‘rand’. Bij stadsuitbreiding kon er op de grond van de huidige Brink niet gebouwd worden omdat deze te drassig was. De nieuwbouw vond plaats in het hoger gelegen Bergkwartier. Op deze manier ontstond er een groot plein dat met name werd gebruikt als marktplein voor dagelijkse en wekelijkse markten en voor vijf grote jaarmarkten. De Deventer markt gold als verplicht verkooppunt (stapelplaats) voor veel handelsgoederen die over land- en waterwegen werden aangevoerd. De Hanzestad ontwikkelde zich na 1400 tot één van de belangrijkste marktsteden van Europa. De Brink was tijdens een middeleeuwse jaarmarkt, die zo’n twee weken duurde en vijf keer per jaar werd gehouden, het trefpunt van buitenlandse kooplieden. De jaarmarkten werden rond kerkelijke feestdagen gehouden en werden ook ‘Messe’ genoemd (nu nog terug te vinden in ‘kermis’). De Brink is in 1993 geheel opnieuw ingericht en bestraat en is nu een van de mooiste pleinen van Nederland. Er zijn 2,1 miljoen klinkers gebruikt om het ontwerp ‘Gesneden Koek’ van architect A.H.M. Trompert uit te voeren. Je houdt rechts aan, en voor Brink nr. 23 ga je rechts de Maansteeg in.
Direct na het verlaten van de Maansteeg zie je aan de linkerkant op Bergstraat nr. 19-21 een schitterend snijraam; het huis werd in de 16e eeuw al ‘de Papegaai’ genoemd. Je wandelt via de Bergstraat omhoog richting Bergkerk. De kromming in de Bergstraat is wellicht ontstaan door een voormalige stadsomwalling. Hier stond in de 15e eeuw een buurtput in de nabijheid van enkele hier gevestigde brouwerijen, die ook dienst deden als herberg. De Bergstraat scheidde bovendien het Bergkwartier in twee delen: het welvarende zuidelijke gedeelte, waar de rijke koop- en handwerkslieden woonden, en het eenvoudige en meer agrarisch ingestelde noordelijke deel.
De Bergstraat komt uit op het Bergkerkplein. Op nrs. 3, 5 en 6 ziet u drie fraaie gevels: een klokgevel, een tuitgevel met pinakels en een eenvoudige tuitgevel. Bij de rode brievenbus ga je linksaf, daarna wederom linksaf de Roggestraat in. Deze straat werd in de 14e eeuw al zo genoemd naar de Roggestapel, de plaats op de Brink waar de rogge werd verkocht. Hier kochten onder meer de kooplieden uit Holland, nadat zij hun boter en kaas op de jaarmarkt verkocht hadden, de rogge die ze samen met het hout van de Houtmarkt mee terug namen naar het westen. Roggebrood was in de middeleeuwen het meest gegeten brood.
Aan de rechterkant nr. 3 staat het voormalige Voorster Gasthuis, gesticht in 1471 als huisvesting voor ‘arme luyden veroldert ende kranck van leden verlammet’ door Gerlach Haaksbergen. Het gebouw dateert uit het begin van de 14e eeuw; het is in de vorige eeuw in gebruik geweest als synagoge en als joodse school. Nu is hier het Etty Hillesum Centrum gevestigd en worden er activiteiten georganiseerd rond thema’s als vrede, mensenrechten, bezinning en samenleven. Je loopt de Roggestraat uit en slaat rechtsaf de Golstraat in.
Rechts ziet u op Golstraat nr. 23 de in 1892 gebouwde synagoge, ontworpen door stadsarchitect J.A. Mülock Houwer. Opvallend is de detaillering in Moorse /Oosterse stijl waarbij gebruik is gemaakt van hoefijzerbogen en minaretachtige bekroningen. Bovenin de gevel vindt u in het Hebreeuws de beginwoorden van de 10 geboden. Sinds 1796 mochten de Joden zich in de stad vestigen, velen deden dat met name in het Bergkwartier, later dan ook wel ‘de Jordaan van Deventer’ genoemd. Halverwege de Golstraat ga je rechtsaf en loop onder de poort door, je komt uit op de Prinsenplaats.
In de 19e eeuw was een belangrijk deel van dit bouwblok van het Bergkwartier eigendom van de familie Schimmelpenninck, handelaren in wijn. Zij startten eind 19e eeuw hier een capsulefabriek voor wijnflessen. De fabriek, later de DAIM geheten, breidde zich flink uit ten koste van veel oude huizen. In 1984 is de fabriek gesloopt om plaats te maken voor de huidige nieuwbouw. Als herinnering aan de fabriek heeft men een deel van de schoorsteen laten staan. Wandel de gehele Prinsenplaats over en ga linksaf door het poortgebouw. Je komt uit in de Walstraat.
In de poort was voorheen de stadsboerderij van Klunder gevestigd. Het is nu één van de drie toegangspoorten tot de zojuist door u verlaten Prinsenplaats. Het uiterlijk van enkele voormalige stadsboerderijen in de Walstraat en Golstraat, met grote voormalige staldeuren, herinneren aan een nog niet zo ver verleden. De laatste stadsboerderij is pas in 1990 uit het centrum verdwenen. Tot die tijd stonden er ’s winters koeien op stal in het Bergkwartier. Je gaat linksaf de Walstraat in. Deze straat is gebouwd aan de stadsmuur die er in de 14e eeuw werd opgericht. Een oorspronkelijke naamsaanduiding luidde dan ook ‘Oppen Berge an den walle’.
Aan het einde van de Walstraat ziet u links de voormalige Vrouwengevangenis waar op dit moment net een delinquente ontsnapt! De gevangenis deed dienst van 1818 tot 1905. Na de bevrijding in 1945 werden hier vrouwelijke leden van de NSB gevangen gezet; vandaar de naam ‘Vrouwengevangenis’. Nu kunt u in dit pand het Charles Dickens Kabinet bezoeken met een permanente expositie over het leven en werk van Charles Dickens. Je loopt de Walstraat uit, verlaat het Bergkwartier, en komt weer op het plein de Brink.
Recht voor u ziet u de historische gevels van de modewinkels Costes en H&M. De gevel met de datering anno 1735, is gesierd met de godinnen Juno en Diana. De gevel links, van de architect F.M.S. Caron uit 1905, is een gemeentelijk monument en als 'Magazijn de Zon' gebouwd voor Vroom en Dreesman, het warenhuis dat hier tot 2016 was gevestigd. Je gaat linksaf en na 50 m nogmaals links naar Brink 11-12.
Dit 17e -eeuwse huis was het huis van de Deventer regentenfamilie Bouwer. De bakstenen gevel is versierd met zandstenen banden en schelpvullingen. De bouwheer was afkomstig uit Bentheim en mede-eigenaar van de zandsteengroeven aldaar, zodat het materiaal gemakkelijk voor handen was. Van 1804 tot en met 2013 is het als rechtbank in gebruik geweest. Van de veertiende tot het begin van de negentiende eeuw werd de doodstraf uitgevoerd in Deventer. Voor het huis in de stoep liggen nog de tegels met gaten waarin de palen van het schavot werden geplaatst. In 1732 werd in Deventer voor het laatst de doodstraf uitgevoerd. Je loopt naar de fontein midden op de Brink.
De Wilhelminafontein op de Brink is op 31 augustus 1898 onthuld ter gelegenheid van de kroning van prinses Wilhelmina tot koningin. De fontein werd hier geplaatst ter ere van de voltooiing van de eerste drinkwaterleiding in 1893. De fontein is vervaardigd door de Deventer ijzergieterij Nering Bögel, naar ontwerp van J.A. Mülock Houwer. Het beeldhouwwerk is van de Deventer beeldhouwer W.G. van Poorten. Bovenop de fontein houdt de ‘Stedenmaagd’ een oogje in het zeil over het wel en wee van de stad. Zij is voorzien van een schild, waarop het stadswapen van Deventer is afgebeeld. Leuk weetje: in de jaren '40, '50 en '60 van de vorige eeuw was er onder de Wilhelminafontein een ondergronds urinoir gevestigd. De Wilhelminafontein is het einde van deze stadswandeling.